|
|
 |
 |
 |
|
Top Verhaal! (2) nieuw!
|
 |
 |
| Log in om dit verhaal te toppen | | |
|
 |
| |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Hoofdstuk 1 door: nieuw!
|
 |
 |
Hoofdstuk 1 "Marqués heb jij soms wel eens het gevoel dat mama iets voor ons achterhoudt?" Hij kijkt op van zijn computer. "Ik heb namelijk altijd al het gevoel gehad dat ze ons niet de waarheid vertelt over papa." Ik neem plaats op de stoel die naast hem staat. Marqués en ik zijn tweeling. Al vanaf onze geboorte hebben we geen vader gehad, en wonen we samen met onze moeder. Vroeger hebben we op veel verschillende plekken gewoond, maar eindelijk wonen we nu samen met zijn drieën op een vaste plek. Maar één ding ontbreekt er alleen nog, en dat is onze vader. Marqués slaakt een diepe zucht, en pakt mijn hand. "Liyah, ik weet wel zeker dat papa nog ergens is, en niet dood is." Hij staat op en loopt naar zijn kast die vol staat met boeken voor zijn studie. Geneeskunde studeert hij. Altijd heeft hij al iets goeds willen doen voor de medemens. Hij moet nog een tijd studeren, maar over een paar jaar is hij de beste chirurg die er maar is. Dan laat hij mij foto zien met een lachende man erop. "Kijk Li, deze foto heb ik een tijdje terug in mama s nachtkastje gevonden." Ik kijk mijn broer met grote ogen aan, en pak de foto vast. 1993 staat er op de achterkant en de naam David. "1993? Maar mama heeft ons vertelt dat papa in 1990 overleden is. Nadat wij geboren waren." Vol verbazing sta ik op en loop naar het raam, om het uitzicht te bekijken. Kleine kinderen spelen voetbal op het grasveld, samen met hun vaders. Nooit heb ik een vader gekend in mijn leven. Lachend kijk ik de kinderen toe. Marqués haalt me uit mijn gedachten. Verschrikt kijk ik om. "Luister je wel Li? Mama wil dus niet dat wij onze vader kennen. Wat is er toch met hem aan de hand?" Ik kijk hem aan en haal mijn schouders op. "Ik weet het niet, misschien is het wel niet eens onze vader, maar gewoon een man die mama kent." Vanaf nu staan mijn broer en ik voor een raadsel. Later in de middag kijken mijn broer en ik nog eens naar de foto met de lachende man erop. "Ik denk echt wel dat het onze vader is hoor." Marqués houdt de foto bij m n gezicht en maakt me aan het lachen. "Ik wist het wel. Je lach is precies hetzelfde als bij deze man!" Ik gris de foto uit zijn handen en vergelijk de man met mijn broer. Op zijn gezicht verschijnt een brede glimlach. En verrek, de lach komt precies overeen. Van de kuiltjes in zijn wangen tot de glinstering in zijn ogen. Wanhopig kijk ik Marqués aan. "Hoe gaan we mama dit vertellen?" Onder het eten zijn mijn broer en ik erg stil, wat mama zich ook opmerkt. "Lieverds, wat zijn jullie stil. Normaal hebben jullie altijd grote verhalen!" Marqués en ik kijken elkaar aan. "Is er soms iets gebeurd? Op school, of op het werk?" Mijn moeder stopt met eten, en legt haar mes en vork met veel kabaal neer. Nog steeds zwijgen mijn broer en ik. "Jullie weten toch dat jullie me alles kunnen vertellen?" Bezorgt kijkt ze ons aan. Dan houd ik het niet meer, en smijt de foto op tafel. Met boze ogen kijkt Marqués me aan. "Hoe komen jullie aan die foto?" Verschrikt kijkt ze ons één voor één aan. "Gaat er nog iemand antwoord geven?" Een paar seconden later staat Marqués op van tafel, en begint luidruchtig te praten. "Nou mam, ik heb deze foto gevonden! En waarom lieg jij over papa!? Waarom mogen wij niets van hem weten!?" "Ach, kinderen wie beweert nu dat dit jullie vader is!?" Dan sta ik ook op van tafel en pak de foto. "Dat is toch duidelijk mam! De lach van deze man is precies hetzelfde als die van ons! En waarom schrok je anders zo toen ik die foto tevoorschijn haalde!?" Dan geeft mijn moeder het op. "Laten we even het eten opeten. Daarna zal ik het jullie allemaal vertellen." Daar zitten we dan. Ik en Marqués op de bank, en onze moeder op de grote stoel tegenover ons. Ik ben benieuwd wat ze ons zal vertellen, en wat er nou werkelijk aan de hand is. Dan begint ze te praten. "Ik was twintig toen ik jullie vader ontmoette. Het was liefde op het eerste gezicht. Vrienden vertelden me wel dat hij geen lieverdje was en dat hij veel fouten in zijn leven had gemaakt. Maar hij zweerde mij dat hij echt veranderd was. Hij wilde zijn leven verbeteren en dat begon met mij. Na een jaar woonden we samen, en na vier jaar was ik zwanger van jullie. Toen begon de ellende." Ze stopt even met praten en neemt een flinke slok water. Ook rolt er een traan over haar wang. "Ik was hoogzwanger van jullie, maar steun van jullie vader kreeg ik de laatste maanden helemaal niet meer. Hij was alleen maar weg, vertelde mij dat hij aan het werk was, maar ondertussen dealde hij drugs. Bij de bevalling was hij niet eens aanwezig. Volgens vrienden had hij een zakenreis naar India, maar daar was niets van waar. Een week nadat jullie geboren waren, wou hij terug komen naar Nederland. Maar hij is opgepakt wegens het smokkelen van drugs. Vijfentwintig jaar celstraf heeft hij gekregen, en daarvan moet hij nu nog zeven jaar. Begrijpen jullie nu waarom ik niet wil dat jullie in contact komen met hem? Het is een schoft!" Marqués en ik staan met een mond vol tanden. Even weten we geen woord uit te brengen. Tranen stromen over me wangen, en mijn broer pakt me stevig vast en zegt dan "Maar mama, hij is en blijft onze vader. We hebben het recht om hem te zien." Ze komt naar ons toe en pakt onze handen beet. "Dat weet ik ook wel lieverds, maar willen jullie dat dan wel? Praktisch gezien heeft hij ons drieën laten zitten, voor drugsdeal in het buitenland. Misschien had ik jullie wel helemaal niets moeten vertellen." "Jawel mam!" reageert Marqués fel. "Ik ben blij dat we de waarheid weten, want we voelden het allang!" Haar greep voelt steeds steviger. "Jullie hebben inderdaad het recht om hem te zien. Dat is jullie eigen keuze! Verwacht er maar niet teveel van, want misschien wil hij wel helemaal niets met jullie te maken hebben, want hij is niets voor niets van ons weg gegaan." Ze geeft ons een zoen op de wang, en laat ons verslagen achter. Wordt Vervolgd.. |
 |
| |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Hoofdstuk 2 door: nieuw!
|
 |
 |
Hoofdstuk 2 De volgende ochtend word ik vreemd wakker. Het is zaterdagochtend. Ik kijk naar de wekker. Het is nog maar half tien. Nu al dwalen er duizenden vragen door mijn hoofd. Waarom moet ons dit overkomen? Zal hij ooit wel eens aan ons denken? Ik sla de dekens van me af, en loop naar de badkamer. Ik bekijk mezelf in de spiegel, en plens wat water over mijn gezicht. Dan besef ik me opeens dat we niet eens weten waar hij gevangen zit. Ik kleed me uit en stap onder de warme douche. Daar moeten we het nog maar even over hebben met mama. De warme stralen voelen heerlijk over me lichaam heen. Na al die tijd vertelt ze het nu pas! En wij al die tijd maar denken dat hij dood was. Ik begrijp het ook wel. Zij zal het ook wel niet makkelijk hebben gehad, maar uiteindelijk zou zij er toch ook wel gek van worden dat wij altijd maar de gedachten hebben dat hij er niet meer is? Wat hij gedaan heeft, vind ik ook echt niet kunnen. Waarom doen mensen zoiets? Hij wilde zijn leven toch veranderen? Hoe is hij er toch in terechtgekomen? Al die vragen zou ik hem wel willen stellen. Alles wil ik weten, van het begin tot het eind! "Goedemorgen!" Marqués staat al helemaal schoon en fris in de keuken een broodje te maken. "Goedemorgen. Zo? Ben je nu al op?" vraag ik. "Het is nog maar half elf." Meestal is mijn broer altijd het laatste wakker. Vooral op zaterdagochtend. Hij loopt naar de keukentafel. In één hand een glas melk, en in de andere zijn bord met vijf sneetjes brood. "Ik ben zo vroeg op, omdat ik zo meteen met Rico naar de stad ga." Hij neemt een slok van zijn melk. "Met Rico?" Marqués begint te lachen en antwoordt "Ja met Rico. Wat is daar mee dan?" Rico, de leukste vriend van mijn broer. Altijd vrolijk, behulpzaam en de leukste verhalen! Al een tijdje heb ik een oogje op hem. "Nou, er is niets mis mee hoor. Mogen Jenn en ik anders mee?" Ik weet dat Marqués haar leuk vindt, dus hij vindt het vast goed als zij mee gaat. "Ach ja, waarom ook niet. Gezellig met zijn vieren." Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Ook ik ga aan tafel zitten met een broodje. "Waar is mama eigenlijk?" vraag ik. "Die heb ik vanochtend al heel vroeg de deur uit zien gaan." Marqués kijkt op van de krant waar hij uit aan het lezen is. Vragend kijk ik hem aan. "Li, we weten helemaal niet waar papa gevangen zit. Daar heeft mama niets over verteld." "Daar dacht ik vanochtend ook aan. Dat moeten we dan maar aan mama vragen. Ze wilt het ons heus wel vertellen." Ik neem een hap van mijn laatste broodje. "We zullen wel zien." Marqués zet zijn spulletjes in de vaatwasser, en blijft bij de deuropening staan. "Bel jij Jenn op, dat we om half twaalf weg gaan." Lachend kijk ik mijn broer aan. "Ik zal haar zo bellen. Je mag haar wel hè? Je glundert helemaal als je over haar praat." Verlegen staat hij aan de koortjes van zijn vest te friemelen. "Ik mag haar wel ja. Het is een leuke meid met leuke humor. Daar ben ik altijd wel voor in. Maar wacht eens even." Hij komt naar me toe gelopen en neemt weer plaats op de stoel naast me. "Jij wilt ook maar al te graag mee omdat ik met Rico ben." Ik voel mijn gezicht rood worden en staar naar me lege bord. "Je hebt gelijk Marq. Ik ben graag in gezelschap met Rico. Ik kan altijd lachen met hem." We kijken elkaar aan. Beide met blosjes op onze wangen. Stipt om half twaalf staat mijn vriendin bij ons op het pad. Dat had ik wel gedacht, want ook zij heeft vlinders in haar buik van mijn tweelingbroer. "Hey, Jenn! Zin om te gaan?" Lachend stapt ze bij ons de gang in. "Natuurlijk heb ik er zin in. Gezellig met jou en je broer op stap." Marqués komt de trap afgelopen. "Dat hoorde ik!" Verschrikt draait Jenn zich om. "Hoi Marqués!" Verlegen kijken ze elkaar aan. Om de spanning van hun beide af te slaan, stel ik voor om te gaan. "Kom laten, we Rico gaan ophalen." We pakken onze fietsen en zijn weg. Onderweg naar de stad hebben Marqués en ik het hele verhaal verteld over wat onze moeder voor ons achterhield. "Jeetje, en wat gaan jullie nu doen?" Vraagt Jenn. "We weten het nog niet. Eerst moeten we nog te weten komen waar hij gevangen zit, en of hij wel contact met ons wil." zegt Marqués. We zetten onze fietsen in het rek, en lopen de stad in. "Maar, wat nou als hij jullie niet wil zien? Hij heeft jullie tenslotte wel achtergelaten." Ik haal mijn schouders op en kijk Rico aan. "Dan hebben we gewoon pech Ric. We zullen zien hoe het allemaal loopt." Hij legt een arm om me heen en kijkt me met zijn zachte ogen aan. "Het zal vast wel goed komen! Alleen zal het veel tijd kosten." Ik laat mijn hoofd zakken. "Hey, kop op Li! Zit er nou niet zo over in!" zegt Jenn, en ze pakt mijn hand vast. "Laat het maar even rusten. Kom, we gaan lekker shoppen met zijn viertjes!" Daar lopen we dan met zijn vieren de stad rond te slenteren van Leeuwarden. Marqués en Jenn besluiten een schoenenwinkel binnen te gaan. Ze hebben allebei nieuwe sportschoenen nodig. "Zullen wij dan maar een lekker ijsje halen? Dat is wel lekker met dit warme weer." Rico kijkt om zich heen, en pakt mijn hand. Verlegen kijk ik hem aan. "Een ijsje is zeker lekker met dit weer." Rustig lopen we verder, en eventjes zeggen we niets tegen elkaar. Dan stopt Rico met lopen en kijkt me recht in mijn ogen aan. Wat heeft hij toch mooie ogen, denk ik bij mezelf. "Dit heb ik je al heel lang willen vragen Liyah. Zou jij een keer met mijn uit willen?" Hoopvol kijkt hij me aan. Ik voel mijn hart sneller kloppen, en kijk verlegen naar beneden. Na een tijdje zwijgen, zeg ik. "Ik zou heel graag met je uit willen Ric! Dat lijkt me heel erg gezellig!" Een lach verschijnt op zijn mooie bruine gezicht. "Leuk!" We lopen verder, en hebben verder geen woord meer tegen elkaar gezegd. Er is alleen een brede glimlach op ons gezicht te zien. Voor even vergeet ik alles over mijn vader. Thuis aangekomen gaan Jenn en ik gelijk naar mijn kamer. Het grote nieuws moet ik haar natuurlijk vertellen. "Li, ik moet je wat vertellen!" Jenn ploft op het bed neer. "Dat is toevallig, want ik moet jou ook iets vertellen!" Ik plof naast haar neer. "Vertel jij maar eerst Jenn." "Oke, hou je vast." Opgelaten begint ze te praten, en een klein beetje heb ik wel het gevoel wat ze me gaat vertellen. "Je broer! Hij heeft me mee uit gevraagd!" Gillend pakt ze mijn schouders beet, en vertelt verder. "En, hij heeft me gekust!" Mijn ogen worden groot. "Serieus? Heeft hij je al gezoend? Ik wist niet dat mijn broer zo was! Maar ik ben blij voor je meid!" Ik geef een zoen op haar wang. "Wat wilde jij me nou vertellen?" Vragend kijkt me ze aan. Ik voel dat ik nu alweer moet blozen, en dat merkt mijn vriendin gelijk. "Dat meen je niet! Jij en Rico gaan ook samen uit!" "Ja! Wij gaan ook samen uit!" Gillend vallen we van me bed af, en krijgen de slappe lach, wat een lange tijd zo doorgaat. Die middag sta ik met Rico bij de voordeur om afscheid te nemen. Met stralende ogen kijkt hij me aan. "Zie ik je woensdagavond? Dan maken we er een leuke avond van!" Ook ik kijk hem stralend aan. "Ik zie je hier woensdag om acht uur." zeg ik. Rico geeft me een zoen, zwaait nog even naar Marqués die voor het raam staat, en verlaat ons pad. Aan het eind van het pad draait hij zich nog even om, knipoogt, en pakt dan zijn fiets. Ik kijk hem na tot het einde van de straat. Wordt Vervolgd..
|
 |
| |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|