 |
Leden helpen elkaar betere verhalen te schrijven door commentaar te geven. Word nu lid! SomsHoofdstuk 1, Droomster door: Shannara
Hallo daar, mijn naam is Eleanor en ik ga jullie wat vertellen over het afgelopen jaar van mijn leven. Mijn leven was net als dat van ieder ander. Door de week naar school en ieder weekend met vrienden naar de kroeg of een disco. Alles ging gewoon zijn gangetje tot een jaar geleden. Ik kreeg steeds meer last van nachtmerries. Een paleis wordt aangevallen door rare wezens, Wrazza s, en uiteindelijk vermoorden ze de koning. Maar genoeg nu. Laat ik bij het begin beginnen 16 mei Het was een regenachtige avond en ik kwam helemaal doorweekt terug van Witkamp. Dat is een disco in Laren, een dorpje dicht in buurt van mijn eigen woonplaats Lochem. Rond half 4 kwam ik thuis. Ik sloop de trap op, pakte een handdoek en vervolgde mijn weg naar de zolder. Ik droogde me af en dook mijn bed in. Alles draaide en ik bedacht dat het niet handig was geweest om in 3 uur 12 Passoa s achterover te gooien. Ik stond in een lange hal. De witte muren liepen aan weerszijden wel 10 meter de lucht in en ze hingen vol met schilderijen en mooie wandkleden. Ik begon te lopen in de richting van de deur, die ik in de verte nog maar net kon onderscheiden. Ik keek mijn ogen uit naar de ontelbare voorwerpen die aan de muren hingen. Voor een groot raam bleef ik staan en nam de tijd om naar buiten te kijken en te genieten van ik zag. Het uitzicht was schitterend. Bergen tot de horizon. Groene velden en velden vol bloemen. Riviertjes en meren. Alles was beeldschoon en als ik ver genoeg naar voren leunde, ving ik nog net een glimp op van een mooie stad. Overal waren mensen en kinderen. Mooi uitzicht hé? . Ik draaide me om, om te zien wie dat gezegd had en keek recht in een vrolijk, rond gebruind gezicht en een paar stralende groene ogen. Ik ben Resar stelde de jongen zich voor. Hallo Resar, ik ben Elanor . Elanor? Eindelijk ben je er dan! Ze wachten al een paar dagen op je. Ik ben dan je partner. Kom mee, volg mij maar en Resar rende de lange hal door. Wacht op mij Resar! riep ik hem achterna en ik zette een flinke spurt in. Hijgend en totaal buiten adem kwamen we bij de deur aan. Mijn hoofd tolde van de duizenden vragen die in me opkwamen, maar voordat ik er ook maar één kon stellen duwde Resar me naar binnen. Ik was in een kamer beland. Ook hier waren de muren wit en behangen met schilderijen en wandkleden. De kamer was fel verlicht door de zon die door de hoge ramen naar binnen viel. Ik knipperde even met mijn ogen en merkte toen pas een tafel op. De tafel stond in de hoek van de kamer en er zaten drie mensen achter. Twee mannen en één vrouw. Zenuwachtig liep ik in de richting van de tafel. De vrouw gebaarde me dat ik plaats moest nemen op de stoel, die voor de tafel stond. Zo, dus jij bent Elanor Ragamasja? .Ik knikte instemmend. Vertel me eens Elanor, heb je de laatste tijd wel eens nachtmerries gehad? vroeg de man aan de rechterkant van de tafel. Ik knikte. En waar gingen die over? . Ik herhaalde mijn droom zo goed mogelijk en de mannen en de vrouw knikten instemmend. Ze overlegden even en de jongste van de twee mannen, aan de linkerkant van de tafel keerde zich naar me toe. Ik zal je even uitleggen waarom je hier bent en wat je hier doet Elanor. Jij bent iemand die een Droomster wordt genoemd. Er zijn er jammer genoeg maar weinig die over de kracht beschikken. Het is een gave waarbij je naar andere werelden kan gaan zodra je slaapt. De nachtmerrie is een voorspelling. Een voorspelling die jij samen met Resar moet voorkomen. Vandaar dat jullie nu de komende twee maanden worden getraind en alles leren wat jullie moeten leren . Mijn mond werd droog, maar toch knikte ik. De trainingen beginnen morgenvroeg. Ga nu maar Resar en ga wat eten . Ik knikte weer en liep terug naar de deur. Zodra ik door de deur stapte, vloog Resar, die in een hoekje had zitten wachten, overeind. En? . Heb jij ook die nachtmerrie gehad? was het enige wat ik vroeg. Je bedoelt over het paleis? Ja . We liepen nu door een andere grote hal. We beginnen morgenvroeg met de training vertelde ik. Toen hoorden we stemmen. Ik keek op, we waren op een plein beland. Zonder het te merken waren we naar buiten gelopen en daar stonden we, aan de rand van een mooi groot plein. Ehm Resar. Weet jij de weg toevallig? . Resar schudde zijn hoofd en we keken een beetje verloren in het rond. Hallo lui . Een jongen met lang zwart haar kwam naast ons staan. Ik ben Heero en ik ben al een jaar Dromer. Ik breng jullie wel naar de eetzaal en vertel jullie wel wat over het werk . Aarzelend volgden Resar en ik. Wij, Dromers, reizen naar andere werelden door middel van dromen, zoals jullie misschien al wel is verteld vertelde Heero ons, terwijl we weer door een lange gang heen liepen. Je blijft een paar jaar lang Dromer en in die tijd leer je veel en zie je veel verschillende dingen . Heero opende een grote houten deur en we stonden in een ronde zaal. En raad eens? Ja, weer met witte, volgehangen muren en hoge ramen. Na het eten liepen Resar en ik Heero weer achterna. Dit hier is Resars kamer en die hiernaast is de kamer van Elanor . Heero wuifde even met z n hand als afscheid en verdween uit het zicht. Ik keek Resar aan. Nou tot morgen dan maar en ik draaide me om en liep mijn kamer binnen. De volgende ochtend werden we vroeg gewekt om te gaan trainen. Als eerste leren jullie zwaardvechten . We waren op een grasveld en konden nu het kasteel zien Opletten! . We begonnen met een paar simpele zwaaien, maar als snel werd het moeilijker en alsof het voor de eerste dag nog niet genoeg was, werd het nóg een stukje moeilijker. Totaal uitgeput zaten we aan de lunch. Het is vermoeider dan het eruit ziet mompelde ik met een volle mond. Resar knikte instemmend. Na de lunch werden we uit elkaar gehaald. Ik liep naar een grasveldje omringd door bomen. Daar zou ik mijn leraar ontmoeten, was me verteld. Ik keek even verbaasd toen ik hem zag. Het was dezelfde jongeman uit de kamer waar ik het eerst was. Hij knikte me glimlachend toe en gebaarde me te gaan zitten. Iedere Dromer of Droomster heeft zijn of haar speciale gave. Het maakt diegene extra sterk. Ik ben erg blij dat ik eindelijk weer eens iemand heb om te trainen, want jij hebt een gave, die ik al 50 jaar niet meer gezien heb . Ik staarde de man vragend aan. 50 jaar stamelde ik vol ongeloof. Dan moet u wel heel oud zijn . De man lachte warm. Wij, wakers, zijn onsterfelijk en ik word dit jaar 900 jaar. Maar genoeg over mij. Jij hebt een gave, die de Hammear wordt genoemd. Jij bezit over een grote dosis innerlijke magie en je hebt een special wapen die je kan helpen dat op te roepen. Overigens dat heb je natuurlijk niet altijd nodig . De komende paar weken trainden Resar en ik erg hard, waardoor we nauwelijks tijd hadden om met elkaar te praten. Ik leerde hoe ik de Hammear kon beheersen en voor elk gewenst doel kon gebruiken. Ik leerde hoe ik kon genezen, maar tegelijkertijd ook hoe ik kon vernietigen. Na 5 weken was het eindelijk zover. Ik kreeg mijn speciale wapen te zien. Kravor, mijn leraar, kwam die morgen naar de trainingsplek met een lang in fluweel gepakt voorwerp in zijn hand. Hij ging naast me zitten en rolde het uit. Uit de fluwelen doek rolde een schitterende vechtstok. Hij was heel erg mooi bewerkt en er waren allemaal tekens en symbolen in gesneden. Dit is Kammor. Hij is vanaf nu tot de dag dat je weer vertrekt van jou. Voorzichtig, alsof Kammor van glas was, pakte ik de mooie stok op en begon mijn zwaardoefeningen ermee toe doen. De oefeningen die ik geleerd had, Ever snelt de berg af en de scherende zwaluw, vloeiden soepel uit elkaar voort. De stok lag lekker in de hand en het leek alsof alles vanzelf ging. De twee daarop volgende weken oefende ik hard met Kammor en Kravor om de bewegingen onder de knie te krijgen. De dag voordat we naar de wereld Trikas gingen, zaten Resar en ik op mijn kamer. Zo, dus morgen is het zover. Dan gaan we onze nachtmerrie tegemoet mompelde Resar. Maar we gaan ditmaal niet toekijken, maar toeslaan zei ik grimmig. Ja, met onze gaven van ons zullen we een perfect team zijn . De volgende ochtend vroeg werden we naar een ruimte gebracht met een aantal bedden. We moesten daarop plaats nemen en onze ogen sluiten en denken aan het paleis, hoe het eruit zag in onze dromen. Er werd een soort van poeder over ons heen gestrooid en al snel leek het alsof we van een glijbaan af gingen. Ik opende mijn ogen en bleef even versuft liggen. Toen ik besefte waar ik was, sprong ik overeind en keek in het rond naar Resar. Ook hij was ondertussen wakker geworden en stond te kijken. Volgens mij zijn we er fluisterde hij. In de verte hoorden we geschreeuw en we sprintten in de richting van het lawaai. Overal zagen we mensen rennen voor hun leven. In de verte verschenen rare wezens die snel onze kant op kwamen. Ik keek Resar aan. Volgens mij heb je hartstikke gelijk . Ik ga naar de Wrazza s, red jij de koning maar en hij rende weg. Ik rende de trappen op, alsof de duivel me op de hielen zat. Ik sprintte door de gangen, niet wetend welke kant ik opging. Het bleek al snel dat mijn richtingsgevoel me hielp, want al snel stond ik in de troonzaal vlak bij de koning. Er stond een man in een zwarte mantel voor de koning met een staf in zijn hand. Je zal sterven koning siste de man en hief zijn staf op om toe slaan. Er schoot een lichtstraal uit zijn staf. Ik herhaalde één van mijn oefeningen. Ever snel de berg af en werd snel opgevolgd scherende zwaluw. De staf van de man vloog uit zijn hand en viel een stukje verder op de grond. Ik ging beschermend voor de koning staan en keek toe hoe mijn tegenstander zijn staf weer oppakte. Kijk kijk een Droomster met de Hammear schiet de koning te hulp in dit uur van duister mompelde de man. En die Droomster is niet van plan om jou je gang te laten gaan snauwde ik terug. De staf lichtte op en er schoot weer een straal uit. Schermend Schild fluisterde ik in gedachten en meteen vormde zich om mij en de koning een schild dat de straal terugkaatste. Onmiddellijk vuurde de man nog een straal af, maar ik was erop voorbereid. Ligeare Lichtstraal ging het door mijn hoofd en ik vuurde ook een straal. Je bent sterk, Droomstertje siste de man. Als je wilt weten hoe sterk, kom dan maar beet ik hem toe. Meteen ging de man in de aanval en stormde recht op me af. Daar was ik niet op voorbereid en ik werd tegen een pilaar geduwd. Wat ga je nu doen Droomstertje? vroeg de man dreigend. Ik ga iets doen wat typisch uit mijn wereld komt fluisterde ik en ik stootte mijn knie met alle kracht tussen zijn benen. Piepend van de pijn schoot hij achteruit, waarbij hij viel. Ik keek op hem neer. Zoals hij daar lag was hij toch wel zielig, maar de wetten waren duidelijke, ik moest hem terugsturen waar naar hij vandaan kwam. Ik zette de punt van mijn stok op zijn borst en mompelde Furie Vuur . Na een heftig gevecht werden Resar en ik wakker. We waren weer in het kasteel. Jullie hebben het héél erg goed gedaan voor nieuwelingen zei Kravor tegen ons, toen we weer in de zaal met de lange tafel stonden. De vrouw en de andere man knikten instemmend. Vanaf nu kunnen jullie elk moment opgeroepen worden om te strijden voor het goede in andere werelden. Mochten er problemen zijn, dan kunnen jullie altijd langskomen. Daarnaast kunnen jullie je wapen houden, maar zorg dat niemand anders het ziet. Dat geldt trouwens ook voor het vertellen van wat je hier hebt meegemaakt. Niemand mag weten dat jullie dit doen, zelfs jullie je ouders niet begrepen? . We knikten beiden en wachten op wat er meer zou komen. Ga nu. Loop de hal, daar vind je een gouden deur. Als je daar doorheen gaat ben je weer thuis . Resar en ik stonden op en verlieten de kamer. Jammer dat jullie nu alweer gaan . Het was Heero. Hij sloeg ons vriendelijk op onze schouder. Maar ik zie jullie de volgende keer wel. Doei! . En hij liep een kamer in. Voor de gouden deur bleven we beiden staan. Ik stak mijn hand uit. We hebben het goed gedaan partner en ik hoop je snel weer te zien . Resar greep glimlachend mijn hand. Ik hoop jou ook snel weer te zien. Dames gaan voor zei hij grijnzend, terwijl hij de deur voor me open hield. Wat galant grinnikte ik. Ik werd wakker van de wekker, die 12 00 aangaf. Ik stond op en greep naar mijn ochtendjas. Pas toen kreeg ik door dat ik in mijn eigen kamer stond. Was het dan toch een droom? mompelde ik verbaasd. Mijn oog viel op een lang smal pak in een fluwelen doek. Er rolde een mooie stok uit. Nee het was geen droom. Maar toch, ik was vier hele maanden weggeweest. Ik liep snel naar mijn kalender en keek erop. Zondag 17 mei stond erop. Ik was maar 1 nacht weggeweest. Dan was alles dus geen droom geweest en alles was ook nog eens normaal. Grinnikend liep ik de trap af. En het mooiste van alles was dat ik niet eens moe was. Ik was helemaal uitgeslapen en fit. Ik keek nu al uit naar ons volgende avontuur. Mijn avontuur of eigenlijk het avontuur van Resar en mij. En van niemand anders.
|
 |