|
Schrijvers ontmoeten elkaar op Droomhaven, en schrijven elkaar berichten. Word nu lid! SomsHoofdstuk 2, het stille huis in de straat deel 3 door: Hennyvl
Deel 3. Totaal verstijfd van de schrik bleef zij een tijdje naar de deur staren en vroeg zij zich af dat wat zij had gezien ook echt was gebeurt. Zij schudde haar hoofd en draaide zich om en zij liep naar de volgende deur en voelde of die wel open ging. Tot haar verbazing zwaaide de deur moeiteloos open zonder gekraak of gepiep en nieuwsgierig deed zij een stap naar voren. Net toen zij een stap naar binnen wou doen sloeg de deur met een harde klap voor haar neus dicht. Zij kon nog net op tijd achteruit springen anders was de deur tegen haar gezicht geslagen. Zij rechtte haar rug en liep weg van de deur naar de grote trap in de hal. De andere kamers zou zij later wel verder onderzoeken besloot zij bij zich zelf. Toen zij de trap op liep verbaasde het prachtige houtwerk haar dat totaal niet vergaan was. De trapleuningen waren schitterend bewerkt met de mooiste en fijnste sneden zodat het een verhaal op zich voorstelde. Wie zou die kunstenaar geweest zijn die dit mooie stuk werk had gemaakt? En hoe kon het er zo ongeschonden en glanzend uit zien als het huis al jaren onbewoond was. Het waren ineens die vragen die bij haar naar binnen schoot en zij keek nog eens goed om zich heen. Nu vanaf de eerste trede van de trap zag de hal er nog mooier en stralender uit dat zij zich bij haar binnen komst kon herinneren. Resoluut draaide zij zich weer naar de trap en vastberaden liep zij naar boven. Het was doodstil in het huis en het leek wel of alles hier zijn adem inhield en wachtte op de dingen die zouden gebeuren. Boven aangekomen zag Paulina aan haar rechterkant een grote spiegel omgeven van een prachtige bewerkte lijst. Zij liep er naar toe en ging ervoor staan en keek er met bewondering in. Zij vroeg zich af wie de mensen waren geweest die hier hadden gewoond en wat er van hun geworden was . Zo mijmerend voor de spiegel zag zij niet dat er achter haar een deur heel zachtjes open ging. Uit de deur kwam een briesje dat haar haren lichtjes deed bewegen maar Paulina bleef geboeid in de spiegel kijken. Ineens voelde zij een hand op haar schouder en met een angstig gezicht keek zij naar de schim die achter haar stond. Doodstil bleef zij staan en bleef haar blik strak op de spiegel houden zodat zij kon zien wie er achter haar stond. Haar ogen werden vastgehouden door de ogen van de schim en haar blik werd wazig en zij voelde zich loom worden. Ineens hoorde zij een stem in haar oor fluisteren die haar welkom heette in zijn huis en vroeg om hem maar te volgen. Zonder er over na te denken draaide zij zich om en volgende de schim naar de kamer waaruit hij was gekomen. Als zij zich had willen omdraaien om weg te rennen dan had zij dat niet eens gekund. Iets in haar zei dat zij mee moest gaan met deze schim en dat zij er niet bang voor hoefde te zijn want hij had geen kwade bedoelingen met haar. Alsof zij slaapwandelde ging zij de kamer in en achter haar werd de deur zachtjes maar resoluut gesloten. Het lome gevoel werd sterker en sterker maar zij voelde zich er ontspannen bij en vol verwachting volgde zij de schim. Die liep naar een grote kast dat tegen een lange wand in die kamer stond en hij deed de kastdeur open. Hij ging de kast in en zonder enige angst stapte Paulina achter hem aan ook de kast in. Ook die deur werd stilletjes achter haar geloten zodat de terug weg als zij terug had willen gaan werd afgesloten. Nu was er geen weg meer terug. Paulina moest nu afwachten wat er ging gebeuren en in een roes van overgave ging zij in een stoel zitten wachten op de volgende stap van de schim. Deel 4. Het was stil in het huis en in de kamer tikte een klok aan de wand en ook Ineens begon het hout in de open haard te branden. Het rare was dat zij totaal niet verbaasd of bang was en alles heel gewoon vond wat er om haar heen gebeurde. De schim was ook ineens geen schim meer maar een duidelijk te zien manspersoon. Hij had een brede hoed op zijn lange haren staan waaruit een veer stak. Hij was lang en droeg een lange broek met rafels aan de pijpen. Een ondeugende grijns lag op zijn gezicht en om zijn nek zat een witte sjaal. Rustig liep hij naar een tafel waarop een karaf wijn stond met twee glazen erbij. Zonder dat er ook maar een woord werd gesproken schonk hij de glazen vol en bood haar er een aan. Zonder twijfels nam zij het glas van hem aan en nam een slok ervan. Het smaakte zoet en het was een wijn die zij ook in de winkel voor haarzelf zou hebben gekocht. Genietend met nog steeds dat heerlijke lome en ontspannen gevoel dronk zij haar wijn. De vragen die zij hem eigenlijk had willen stellen was zij vergeten. Zij zat hier bij deze man alsof zij dit elke dag deed en alsof zij bij hem hoorde. Een zacht gelach klonk in de kamer en een hand beroerde haar wang. De man nam haar lege glas weer van haar over en bood haar zijn arm die zij zonder schroom nam. Gezamenlijk en gearmd liepen zij naar een andere deur waardoor zij in een andere kamer kwamen waar een breed bed stond. Hij gebaarde met zijn hand naar het bed en opeens was hij weer verdwenen. Stil glimlachend begon zij zich uit te kleden en kroop onder de lakens van het uitnodigende bed. Zij voelde ineens een zware vermoeidheid en met een zucht viel zij in een diepe slaap. Morgen zou zij wel verder op onderzoek gaan in het huis. Zij vergat dat haar eigen woning aan de overkant was waar haar man op haar lag te wachten. Deel 5. Traag ging de nacht over in de dag en langzaam werd Paulina wakker maar bleef stil liggen. Zij luisterde naar de geluiden die vanaf buiten flauwtjes door de kieren van het huis naar binnen kwamen. Langzaam drong het tot haar door dat zij niet thuis in haar eigen bed lag en verbaasd keek zij vanuit het bed in het rond. Wat zij zag was een donkere kamer met een vies raam met rafelige en vergaande gordijnen ervoor. Naast het bed stond een stoffige karaf met glazen ernaast waaraan een stel spinnenwebben zaten. Ook de kroonluchter in de kamer zag er vies uit en ook die hing vol spinrag waaruit een dikke spin naar haar zat te kijken. Het rook er muf en vochtig en het plafond zat vol kringen en scheuren waardoor je het ongedierte dat in dit oude huis woonde kon zien lopen en kruipen. Ook de kast die tegen de muur stond waarop een bruin behang zat was aangetast door de schimmel. Verbaasd dat zij op een bed lag deed haar verschrikt opspringen met walging keek zij naar het vieze bed met een deken vol grote gaten erop. Zelfs het matras zat vol gaten en het verbaasde haar dat het bed niet was ingestort toen zij erop lag te slapen. Het was toch wel heel erg vreemd dit alles want de avond ervoor had de kamer er schoon en licht maar ook warm en uitnodigend uitgezien. Waarom was haar dit alles toen niet opgevallen en waarom was zij hier blijven slapen in plaats van aan de overkant in haar eigen bed?? Was zij zo in de ban van die geest geweest dat zij zich in een waar paleis had gewaand en zich aan hem had overgegeven? Vreemd! Zij vond haar schoenen en trok ze aan en liep naar het smoezelige raam. Zij ademde er even op en met haar mouw boende zij een stukje schoon. Nu kon zij erdoor naar buiten kijken en tot haar verbazing was het doodstil in de straat. Raar, de dag was toch al begonnen. Waarom liep de melkboer er dan nog niet om zijn wijk te doen? Moest er dan niemand naar zijn werk? En de kinderen moesten die dan niet naar school? Nog eens keek zij ingespannen door het raam maar hoe zij ook keek er bewoog niets of niemand daar buiten. Het leek of de wereld stil was blijven staan en opeens voelde zij weer de koude vlaag Over haar heen komen. Verschrikt draaide zij zich razend snel om en tot haar verbazing zag zij de schim weer door de deur gaan die daarna geluidloos sloot waarmee ook de kou weer verdween. Wordt vervolgt.
|